[Vreemd toch. Leer je Luc C. Martens kennen terwijl hij zijn gedichten voordraagt, dan laat zijn stemtimbre je niet meer los als je zijn poëzie leest ...  ] 


Yves Van Durme, ex-presentator radio Klara, ex-schrijfdocent bij de Academie voor Muziek, Woord en Dans Deinze en bij vzw Creatief Schrijven.

Klimaatgedichten


Als er weer een zondvloed komt

 

dan wil ik Noah worden. op het grootste

vrachtschip zet ik houten wanden

waarlangs appel- en perenbomen

 

bakboord draagt groene hagen, stuurboord

de rododendrons en de rozen

 

ik neem twee Turkse tortels mee, daar valt

mee te praten. twee merels voor bij het ontwaken,

een sprekende papegaai voor als het waait

 

twee ganzen zullen waken tegen piraten, 

ik neem geen goden mee

 

goden vermijden geen stormen,

hoe meer goden, hoe meer oorlogen.   

onder alle bomen en langs hagen zaai ik

 

bloemen. een bijenkast verzekert mij

van grotere appels en peren. verder, 

 

twee koeien, twee boerenpaarden,

twee varkens, kippen en één haan

een ploeg, een schop, een hark

 

ik neem geen onderwater dieren mee,

het water zal mij dragen

 

wel een koppel roerdomp, grauwe kiekendief,

kwartelkoning en strandplevier,

watersnip en kuifleeuwerik

 

ook een dierenarts die in het ruim

de kweekprogramma’s start

 

ik neem ook 1 meisje en 1 jongen mee

uit twee verschillende gezinnen

en enkele niet giftige spinnen om

 

in de herfst mijn zeilen te weven.

als er weer een zondvloed komt,

zal ik een kade kiezen

 

wie gooit de trossen los,

naar wie zal ik zwaaien

wanneer komt de Turkse tortel

aanvliegen met een palmtak in de snavel,

zingt de merel over een vredevol eiland

 

aan de horizon. als er weer een zondvloed

komt dan wil ik Noah worden en aanmeren

Schoolkind met een wereldbol in de hand

 

je ziet er moe uit aarde. je staat vol torenkranen

die de hemel niet verdienen.

grote mensen boren diepe gaten, zuigen je leeg,

het gat in je mantel moet gerepareerd.

Je braakt soms zure regen. jouw polen

bloeden leeg in jouw zieke zeeën

 

je bent bang aarde, beeft meer dan vroeger,

het angstzweet overstroomt en je vat te snel vuur.                        

zal ik ooit gletsjers zien, zal ik klimmen in bomen

die niet moeten gekapt voor betonnen dozen?

zal ik je blussen of met mijn waterproof smartphone kitesurfen boven te warme golven van algoritmes

 

hoe lang nog aarde zal ik onschuldig zijn 

Marina Beach (Chennai na de tsunami, Zuid-Indië)

 

 

in de schaduw van zijn grauwe  boot

aanvaardt de hindoe opnieuw de zee.

de tranen om het puin opgedroogd,

eert hij Shiva die hem alles afnam

 

de vissersvrouw lacht kamerbreed,

wit van ingeslikte woede. de oceaan

nam al haar kleuren en kinderen mee.

de verse vis glimt in zijn schubben

 

verroeste motoren wachten op de vloed

tussen zeevond een kam, een kinderschoen,

een boekentas, een wereldbol vol zee. hier

stond de aarde stil, krijgt god altijd gelijk


Uit de bundel Tussen Arend En Schildpad (Uitg P, 2015)

 

In het land van UTOPIE

 

waar ongerepte gletsjers zich uitstrekken als gestreken lakens  

boven een kingsize bed, waar in het dal rivieren slingeren

tot grote meren zonder stuwdammen

 

doordat wij licht geven, elkaar verwarmen zonder taalgrenzen,

waar de vadermoord nooit wordt gepleegd. het land zonder

verloren zonen of bevlekte dochters

 

Utopia, waar wijn bij het water wordt gedaan,

recht met een knipoog beslecht

door pauwen en vlinders.

 

Utopia, het onbewoonde land waar op witte stranden

vermeende voetsporen richting zee stappen

Port-au-Prince (13-01-2010)

 

 

sliep U toen de aarde hun bed nam,

hun thuis, kruis en geliefden ?

waar was U voor losgeslagen armen,

handen, verkrampt in hun laatste gebed ?

 

koos U het gebroken staal, het beton

dat ontwapend zwijgt in een valse stilte ?

wilde U in dode ogen het gestold verhaal

van hun povere lippen ?

 

geen honden meer voor de wonden.

het oogwit vergroot, zwart gebrand

van dit geschokte land ligt hun taal

van broze hoop onder Uw kathedraal

 

in deze haven van bedrog

werden zij puin van U


UIt de bundel Hoop op Stille muren (Berghmans uitgevers 2012)

 

Een keuze van gedichten

Bruid van bergen

            

 

zij is moe, kan hem niet volgen, rood

de gloed van zijn ogen, hij zoekt haar

hand, zij moeten hoger. hij wil

 

geen gras dat groener is of alpenwei

vol bloemen, geen picknickmand

op een gespreid lappendeken

 

van alle kleuren wil hij het rood van avond.

hij wil de geur van huid en regen. hij wil

vinden met lippen, handen en benen

 

op het canvas van de hemel zullen

hun naakte lichamen naakter zijn  


in het Liegend Konijn 2018/1

opgenomend in de bundel 'Tot ze koud is' (2020)

 

Tot ze koud is

 

 

ze slaat de deur toe en rent, ontsnapt

aan zijn grijpgrage vingers. in het taxiraam

verwilderde ogen in een dood gezicht, de vinger

verkrampt op het ingedrukte knopje. zijn vingers

 

warm en rood op haar huid. ver buiten de stad

betaalt ze, vlucht naar binnen, bestelt een long black.

het tweede kopje is gratis. ze inhaleert het aroma, nipt,

draait langzaam een zwarte bladzijde, tot ze koud is



in het Liegend Konijn 2018/1

opgenomend in de bundel 'Tot ze koud is' (2020)

Betaald

 

 

zij vrijt met koude lakens. de rug

getekend van hard geweld zoekt

haar hand de warmte die hij nu

bij een ander vindt

 

het bed vol geesten en demonen

ruikt ze nog het duur parfum

dat zij nooit kocht. de rode naaldhak

stevig aan de voet zet ze hem betaald 

 

zij baalt, hoont hem, kwijlt, krijst luid

terwijl hij een andere huid bewoont



in het Liegend Konijn 2018/1

opgenomend in de bundel 'Tot ze koud is' (2020)


 

Tussen lippen en wijn

 

                                                 Voor Syrah      

 

hij bekijkt haar zijwaarts. zijn vingers                       

draaien haar. in kaarslicht omarmt hij             

de rijpheid. bedacht op kristal beweegt           

hij haar, op het ritme van de wals

 

de neus diep, de ogen gesloten ruikt hij

haar, rode vruchten. bedriegt zij hem                        

met kruiden, het verborgen hout             

of dat puntje chocolade?                             

 

hij zuigt haar aan. zijn tong rolt

tussen zoet en zuur. speurend

naar bitterheid en evenwicht           

wordt hij door de droesem verleid                             

 

ze geeft hem alles. hij neemt haar vol

en gulzig, laat haar weer los. hij twijfelt

hoe ver de jaren reiken, wil haar weerzien.

tussen lippen en wijn, het betraande glas


in Meander (april 2019)

opgenomen in de bundel 'Tot ze koud is' (2020)

 

 

Noorderlicht

 

 

ik weet nog ons verlangen,

hoe we bergen sneeuw verzetten

op grote voet leefden in een land

zonder groenten en fruit

 

hoe de sterren juist stonden

met volle beer en grote maan

wij, bergop, met eigen adem

onze neus verwarmden

 

hoe je in enkele groene seconden

ons intens omarmde. wij hijgden

als losgelaten huskies, vertelden

urenlang over sluitertijden

 

tot we elkaars brandpunt werden


in de bloemlezing 'Poemtata 10, wie niet weg is' nav 10jaar poëziewedstrijd Poematata (okt 2019)

opgenomend in de bundel 'Tot ze koud is' (2020)

 

 

Kinderen van Aleppo



kinderen, de ogen donker, ontsnapt aan kogels.

geen huis, geen school, geen moeder

angstig voor mensen zonder gezicht, voor

scherven van granaten, precies gericht.

 

als échte dokters stelpen Muhammed en Joussef

het bloed van onbekende vaders, hun veel te ruime,

witte schorten open. In deze stad valt elke naam,

stijgt de dood uit de grond, geven kinderen

 

hun laatste warmte, wordt Joussef dodelijk gewond.

Het laatste water in de ogen legt Muhammed hem

in de afgerukte armen van zijn moeder. de wangen

bleek verloren kinderen van Aleppo hun verleden,

 

lippen zwijgen een versteend verlangen


Nominatie Melopee poëzieprijs 2017

 


In de trein

 

 

hoog, snijd ik het landschap

word ik deel van achtertuinen,

kruinen voorbij ontwaakt een man

in de ochtendzon

 

de weiden groter, koeien kleiner.

voorbij het bos. zonder bomen.

een kudde meeuwen houdt geen vijver verborgen

van dit landschap dat in mij geschreven staat

 

de zon gevangen in spiegels

stroomt groen van de daken

 

hoog, de armen vlerkdun

spoor ik de tijd voorbij



eerste prijs poëziewedstrijd stad Ronse (2012)

opgenomend in de bundel 'Tussen arend en Schildpad' (2015)




 


Avondwandeling (Corsica)

 

 

op dit dor tapijt de warmte

van twee opgebrande struiken.

hoog boven azuur beken ik

opnieuw de gladheid van je huid

 

lees ik luid in grijsblauwe ogen

het verlangen naar een rustig nest.

zal ik de bek weer scherpen, mijn vleugels

uitslaan, speuren naar een nieuwe kust ?

 

of eindelijk gaan rusten, traag

onder jouw veilig schild, genieten

van ons getaand verhaal ? onze lippen

spreken eenzelfde taal, ik aarzel,

 

hier, op deze rots moet ik kiezen

tussen arend en schildpad

 

eervolle vermelding poëzieprijs Keerbergen, 2012

opgenomend in de bundel 'Tussen arend en Schildpad' (2015)

 


Le paysan de la mer  (Vendée, Frankrijk)

 

 

de zoutwinner wacht op de ochtend. onder

zijn ogen weet de zee elk spoor van zout,

zilt verdriet op zijn gedroogd gelaat 

 

zij trok weg. het water verdampt. hij harkt

het witte goud op hopen, schaaft piramides

uit de oceaan, oogst het zout in zijn brood

 

geen handen aan de ploeg, akkers niet bemest,

geen zaad tussen de vingers. geen boerin

die op hem wacht. alleen zijn hark, enkel zout

 

elke avond op de kam van de marais de gloed

van gesloopte paleizen. hij  opent de sluizen,

vindt morgen de schat van zijn zoutloos bestaan

 

TOP 100 Turing poëzieprijs 2013

TOP 10 op NOS radio

opgenomend in de bundel 'Tussen arend en Schildpad' (2015)

 


Gestraft

 

 

de ontsnapte parkiet, de tulpen

in hun knop in het vergiet, de fiets

zonder licht op het voetpad, de kersen

uit de boomgaard van de buren

 

naast de appels in de kelder verschrompelde

ik op het vergeelde krantenpapier,

gedroogde letters in mijn keel, bang

van poeder op de winteraardappelen

 

‘s avonds aan de keukentafel zweeg vader 

een mond vol stilte en zure haring. ik nam

van de verplichte kaas, moeder schilde

oude letters van een belegen appel

 




eerste prijs poëziewedstrijd Jules Van Campenhout (2012)

opgenomend in de bundel 'Hoop op stille muren' (2012)




 


Appelhanden

 

 

het oudje liet zich stappen tot aan de bank

onder de doorgezakte zomereik,

appelhanden in haar schoot,

een opgedroogde encyclopedie

van vergeelde liefde

 

zijn stok schreef vol ongeduld twee letters

op het grillig pad, met inkt die oplost elke nacht. 

ze spraken hun onvoltooide alfabet

tussen de verdorde muren

van zijn belegen klokhuis

 

ik wandel door het park,

schud onder de bejaarde zomereik

twee gerimpelde letters van mijn hand

voltooi in ’t grint hun alfabet

 

de bank is leeg van woorden,

de appels gisteren gevallen

 


eerste prijs Uilenspiegel Kronkelpprijs  (2011)

opgenomend in de bundel 'Hoop op stille muren' (2012)




 


Wanneer mijn bloed

 

 

wanneer mijn bloed straks stil staat

laat dan de gordijnen open

geen zwarte sluier rondom de catalpa,

tussen de lavendel geen chrysanten

snoei de buxus niet voor juni

 

droom in duinen van Monet

breek met vaste voet de golven

verover verzande luchtkastelen

drink een blos op je wangen

 

ga juichen in het zuiden, bewandel elke dijk

drink op je balkon een liter sangria

en bekèn de warmte van zoveel dagen

 

sta dan stil en voel de droge gloed

van mijn verstrooid verleden

 

geef de geraniums water, elke avond

 

 

Opgenomen in de bloemlezing 'Dichter bij Gierik'  (2010) nav. 25 jaar

Gierik en NVT (Nieuw VlaamsTijdschrijft)

opgenomend in de bundel 'Hoop op stille muren' (2012)